Het is vrijdagavond en we gaan een extra avond de straat op, samen met een groep studenten van de EMU. Zoals altijd beginnen we met gebed. Van sommige namen ben ik ze even kwijt, dus doen we snel een voorstelrondje. Daarna bidden we en vragen we God om specifieke indrukken voor deze avond.
Tijdens het gebed komt de naam Samuel in mij op. Maar
dat is ook de naam van een van de studenten die met ons mee is. Ik denk meteen:
dit is vast niet van God. Bovendien schiet de gedachte door mijn hoofd
dat Samuel “geen naam voor een dakloze” is, alsof daklozen een bepaald soort
naam zouden hebben… Achteraf zie ik hoe mijn eigen aannames de overhand namen.
We gaan de straat op en beginnen bij het busstation. Zoals
elke avond zijn er veel mensen die op straat leven. We voeren gesprekken,
bidden met mensen en nodigen sommigen uit om later bij ons langs te komen, om
te kijken of we hen kunnen helpen richting een kliniek.
Als we bijna op het punt staan om terug te gaan, besluit ik
toch nog een stel aan te spreken met een kindje van ongeveer twee jaar oud. Ze
staan met koffers naast zich en ik denk dat ze wachten om opgehaald te worden.
Maar al snel blijkt dat ze al twee nachten op straat hebben geslapen, en er
nog minstens twee voor de boeg hebben. Het centrum waar zij mogelijk
geholpen kunnen worden, opent pas weer op maandag. Ze hadden hun busaansluiting
gemist en hadden geen geld voor een nieuw ticket.
Een medewerker van de drogist naast wie ze stonden, had
besloten hen naar de dichtstbijzijnde spoedeisende hulp van het ziekenhuis te
brengen, zodat ze in ieder geval die nacht niet op straat hoefden door te
brengen. Bij het ziekenhuis zouden ze veiliger zijn, was de gedachte.
Ons hart brak. Hier konden en wilden we iets doen.
“Gaat er vanavond nog een bus waar jullie heen moeten?” vragen we.
“Ja, waarschijnlijk wel,” zegt de man, “maar we hebben geen geld voor een
ticket.”
“Waar moeten jullie naartoe?”
“São Paulo.”
We vragen of ze iemand hebben die hen daar kan ophalen als wij de tickets zouden betalen. Dat komt goed, verzekert hij ons. En zo besluiten we ter plekke bustickets voor hen te kopen, zodat ze diezelfde avond nog konden vertrekken. Daardoor hoefden ze geen twee extra nachten op straat door te brengen.
En weet je hoe het jongetje heette?
Inderdaad: Samuel.
Hij was niet ‘dakloos’ zoals dat beeld in mijn hoofd bestond, maar hij wás wel degene die we die avond mochten helpen. En opnieuw werden we herinnerd aan hoe God werkt, vaak voorbij onze aannames en verwachtingen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten