We komen aan op het plein en in de verte zie ik Larrisa Maria* al zitten. We kennen haar inmiddels al een tijd, bijna wekelijks bezoekt ze ons Open Huis. Ze zit alleen, met dekens over haar benen geslagen. Het lijkt alsof ze zich al klaarmaakt om te gaan slapen. Als we dichterbij komen en ze ons ziet, verschijnt er direct een glimlach op haar gezicht. "Ah, Casa Resgate komt eraan!"
Samen met twee mensen van een team uit Amerika, dat deze week bij ons meedraait, gaan we naast haar op de grond zitten. We vragen hoe het met haar gaat. Al snel komt alle frustratie eruit. De deken die ze kort geleden had gekregen, is gestolen. Het was een fijne, dikke deken en nu heeft ze alleen nog twee andere, gerecyclede dekens die vaak op straat worden uitgedeeld. "Ze hebben de mijne gestolen en deze achtergelaten!" zegt ze verontwaardigd. De boosheid maakt plaats voor verdriet en de tranen beginnen te stromen. "Ik snap het gewoon niet. Dat die jonge jongens, een vrouw van 62 jaar, kunnen bestelen. Iedereen zou toch respect moeten hebben en van andermans spullen af moeten blijven."
We luisteren naar haar verhaal en proberen haar wat op te beuren. Langzaam zie je haar weer ontspannen. Ze vertelt dat ze ernaar uitkijkt om morgen naar het Open Huis te komen. "Die koffie met die heerlijke broodjes," zegt ze lachend, "en een warme douche. Daar kijk ik echt naar uit."
We blijven nog een tijd bij haar zitten. We praten over van alles en nog wat, delen een bemoedigende Bijbeltekst en bidden samen. Wanneer we later afscheid nemen en haar weer achterlaten op het plein, raakt het me opnieuw.
Deze vrouw van 62 jaar kan terecht in een opvanghuis, maar het lukt haar niet om daar te blijven. Ze verblijft liever op straat. Haar familie heeft ze al lange tijd achter zich gelaten, volgens haar is de situatie daar nog moeilijker. Het doet pijn om te zien dat mensen soms kiezen voor een leven op straat. Slapen in de open lucht, omgaan met diefstal door andere straatbewoners en elke dag opnieuw afwachten wat die dag zal brengen.
Ik geloof niet dat dit is wat God voor haar bedoeld heeft. Tegelijkertijd vraag ik me af hoe haar leven ooit zal veranderen. Soms voelen we ons machteloos. We verlangen zo naar een betere toekomst voor iemand, maar zien geen duidelijke weg vooruit.
Toch vind ik troost in momenten zoals deze. Een tijdje samen zitten. Ruimte geven aan boosheid en verdriet. Luisteren. Bidden. En zien hoe iemand weer hoop krijgt door iets eenvoudigs als de verwachting van een kop koffie, een broodje en een warme douche de volgende ochtend.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten